Interview – RIVM #2: weet wat Nederland eet en hoe (on) gezond dat is

 

Op de bres voor een gezonde bevolking in een gezonde leefomgeving. Dit gaat over kennis en advies, over harde cijfers als basis voor overheidsbeleid. Een betrouwbaar adviseur van de rijksoverheid, dat wil het RIVM zijn. Onderwerpen zijn: infectieziekten, gezondheidszorg, milieu en voeding. Lorenzo en ik spraken met Matthijs van den Berg, hoofd van het centrum Voeding, Preventie en Zorg. Het RIVM weet wat Nederland eet en hoe (on)gezond dat is ….

Voedingsmiddelen en voedingstoffen

Belangrijk zijn de Voedselconsumptiepeiling (VCP) en het Nederlandse Voedingsstoffenbestand (NEVO). Deze zijn voor mij ook 2 van mijn meest geraadpleegde informatiebronnen. Zeker als ik onderwerpen in perspectief wil plaatsen. Wat erin staat komt zo meteen.

Wat kan ik beter eten: een appel of een banaan?

Dat vroeg een vriendin me laatst, ze wilde afvallen. Mijn advies: “Dat maakt weinig uit. Je kunt beter fruit eten dan een koekje of chips eten en DIT drinken.” Ik had net een biertje van haar gekregen. Om mijn antwoord toch even te checken kijk ik tijdens het blog schrijven in de NEVO. Daar staat hoeveel calorieën en voedingsstoffen appels en bananen bevatten per 100 gram eetbaar gedeelte: 60 kcal (appel), 95 kcal (banaan) 542 kcal (chips) en 479 kcal (koekje). Mijn antwoord klopte redelijk als je naar de kcal alleen kijkt. Maar eigenlijk ben je er dan nog niet, want hoe zwaar is een appel, een koekje, een handje chips of een banaan eigenlijk, hoeveel grammen? En wat zit er nog meer in?

Wat zit er allemaal in appels en bananen?

Naast appels en bananen kun je in de NEVO alle voedingsmiddelen die we in Nederland eten, vinden. Niet alleen kcal, maar ook vetten, eiwitten, koolhydraten, suiker, vitamines en mineralen. Allemaal per 100 gram (eetbaar gedeelte). Vaak zijn het gemiddelden van meerdere appels of koekjes. Deze getallen van de NEVO worden gecombineerd met de Voedselconsumptiepeiling (VCP). Hiermee meet het RIVM wat Nederland eet. Dat gaat als volgt:

Wat heeft u de afgelopen 24 uur gegeten?

Op deze vraag is de Voedselconsumptiepeiling (VCP) gebaseerd. De VCP is een steekproef van Nederlanders van 1-79 jaar. Zij worden gevraagd wat ze de afgelopen 24 uur hebben gegeten. En dat voor 2 dagen. Portiegroottes worden geschat met bijvoorbeeld foto’s. De meest recente steekproef gaat over de periode 2012-2016 waarin 4340 personen zijn bevraagd. Die wordt nu stukje bij beetje gerapporteerd. Het blijkt onder andere dat we niet vaak peulvruchten en te veel suikerhoudende dranken consumeren, vergeleken met de aanbevelingen voor een gezonde voeding.

Wij monitoren het product aanbod

Natuurlijk heb ik ook hier gevraagd wat het RIVM eraan doet om te zorgen dat het aanbod aan voedingsmiddelen zo gezond mogelijk is. Matthijs: “Wij hebben geen actieve rol in het verbeteren van voedingsmiddelen, maar wij monitoren. We houden in de gaten hoe het proces verloopt: Minder zout, minder suiker, minder verzadigd vet in onze voedingsmiddelen; met de Herformuleringsmonitor, in opdracht van het ministerie van VWS.

Herformuleringsmonitor: Hoe gaat dan?

Een aantal bronnen wordt hiervoor gebruikt: de meetgegevens van de NVWA, de gegevens in een database met (etiket)gegevens die door fabrikanten van voedingsmiddelen worden aangeleverd. En een aantal sectoren, zoals brood en kaassector, delen hun eigen meetgegevens. Matthijs zou graag van veel meer producten actuele etiketgegevens gebruiken. Op het etiket moet de producent verplicht aangeven hoeveel zout, suiker en verzadigd vet in voedingsmiddelen zit. Zo zou het RIVM beter de veranderingen kunnen vastleggen. En hoeft niet meer vanuit allerlei hoeken gegevens bij elkaar gesprokkeld te worden. Deze etiketinformatie verstrekken veel bedrijven ook aan GS1, de organisatie die de barcodes uitgeeft, waar onder andere de kassa’s in de supermarkt gebruik van maken. Bij GS1 zijn we ook al langs geweest. Die blog komt nog.

Sneller en efficiënter meten wat we eten

Ook van de Voedselconsumptiepeiling hoopt Matthijs dat het sneller, wendbaarder en veel efficiënter kan. “Op het filmpje zie je een boekje waarin mensen aangeven hoe groot hun portie was. Eigenlijk zou je gebruik willen maken van moderne technologie om op een efficiëntere manier vast te leggen wat en hoeveel mensen eten”, vindt hij. Sensoren die kauwbeweging registeren, digitale beelden van gevulde borden die met een algoritme ‘meten’ wat erop ligt, hebben wel toekomst. Nu weet ik toevallig dat voedingswetenschappers zich al decennia lang zorgen maken over de betrouwbaarheid van consumptiegegevens, maar dat er eigenlijk nog niets beters is. Op dit moment is de beste methode nog altijd die van de 24 uurs navraag. Met het probleem dat je dus niet meer precies weet wat je gegeten hebt, wanneer je bord leeg is. Ook al zou je de vragenlijsten digitaal afnemen, het doorvragen blijft belangrijk. ‘Heeft u nog iets tussendoor gegeten?’, welk broodbeleg? Waarin bakt u het vlees? Zo wordt de voeding van de afgelopen 24 uur nagevraagd.

De gezondheidswinst van zoutreductie

Wat het RIVM ook doet is modelberekeningen. Zoals bijvoorbeeld schattingen van de gezondheidswinst door zoutreductie: Als we minder zout zouden eten, hoeveel minder ziekte, meer kwaliteit van leven, of minder sterfte levert dat op?Het is belangrijk om dat effect zichtbaar te maken,” vindt Matthijs. “Want waarom zou je anders minder zout of meer fruit eten?”. Zelf gebruik ik wel eens het onderstaand plaatje, dat heb ik gemaakt met RIVM gegevens. Hierin zie je hoeveel mensen doodgaan en ziek worden als gevolg van te lage (groene pijlen) of te hoge (rode pijlen) consumptie.

Vinkje weg, wat nu?

Tenslotte, zien Matthijs en ik elkaar binnenkort in een andere context. We gaan ons buigen over de vraag wat er gebeuren gaat met de criteria voor het gezondheidslogo (Vinkje). Afgelopen najaar gestopt. Een opdracht van het ministerie van VWS. Want ja, waar richten bedrijven en supermarkten zich nu op, als het gaat om productverbetering? Is het al tijd om stoplichten op verpakkingen in te voeren? Hoewel die ook niet zaligmakend zijn weet Matthijs van zijn bezoek aan Engeland waar cola en bananen dezelfde stoplichten hebben: groen, groen, groen en op suiker: rood.

In de 3e en laatste blog gaat over de rol van het RIVM in het publieke debat. Ik ben wel benieuwd of de lezers van HAS Voedseldialoog wel eens zoeken naar informatie op de website van het RIVM….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *