Interview – Rob Baan #2: ‘Don’t produce cheap shit in an expensive country’

 

Produceer geen goedkope spullen in een duur land. Dat zei Rob Baan, directeur van Koppert Cress tegen de deels internationale 2de jaars studenten Tuin- en akkerbouw van HAS Hogeschool. We waren eerder dit jaar op excursie bij Koppert Cress in Monster. Hij rekende de studenten voor dat wanneer ze tarwe verkopen voor de toenmalige marktprijs van €0,11 per kilo, ze heel veel meer zouden moeten verkopen dan hij. Hem levert het een veelvoud op: Als hij met 600 gram tarwe tarwegras kweekt, bestemt voor 4 ‘tarwegras-shots’ van €3,50 per stuk. Geïnspireerd vertrokken we weer richting Den Bosch

Pissed vanwege de suikerbieten

Rob kwam verder bij deze jongens (het waren meest jongens) dan ik een week eerder. Ik had de hele groep (op 1 na) weggejaagd door hen in een eerste college te vertellen over het obesitas probleem en dat zij er ook een onderdeel van waren. Ze kweekten namelijk de suikerbieten thuis, en ook nog eens op een heel erg efficiënte wijze. En daar waren ze trots op. Op het tweede college, waarin ik naar oplossingen wilde zoeken, bleven ze weg. Ze waren pissed, vanwege die suikerbieten, vertelde die ene student die wel gekomen was.

Gelukkig was de excursie wel verplicht

Die oplossing kregen ze wel bij Koppert Cress te horen: meerwaarde creëren. Zo leerde Rob Baan dat al, 40 jaar geleden. Het werkt nog steeds. Ik vroeg Rob tijdens ons bezoek 2 maanden later wat hij dan met suikerbieten zou doen. Hij zou er melasse van maken, het in een klein flesje stoppen en er heel veel geld voor vragen.

Genuanceerd over genetische manipulatie

Rob stelt dat we als mens de natuur zijn. “Wij zijn niet dat almachtige beestje dat boven de natuur staat: we zijn er onderdeel van. We moeten daarom stoppen met onze arrogante houding. Respect voor de natuur is de basis. Daarom ontwikkelde Rob bijvoorbeeld een heel genuanceerde menig over genetische manipulatie. “Boeren in ontwikkelingslanden biedt het de kans om zonder al te veel bestrijdingsmiddelen te produceren. Maar voor de westerse wereld vind ik het flauwekul. We hebben het niet nodig, de biodiversiteit is groot genoeg. Met simpele veredeling kun je hier net zoveel voor elkaar krijgen en met minder impact op het milieu.”

Broccolizaailingen tegen diabetes type 2

Rob heeft ook een eigen kijk op verse voeding en gezondheid en dat is een andere als veel wetenschappers. Hij beweert bijvoorbeeld dan de broccolizaailingen van Koppert Cress net zo goed werken tegen diabetes type 2 als medicijnen. Daarvoor wil hij artsen leren snappen hoe belangrijk voeding voor gezondheid is: zij kunnen patiënten adviseren om die broccolizaailingen te eten. Maar het is niet wetenschappelijk bewezen dus loopt hij tegen behoorlijk wat weerstand op. “Maar”, zegt hij. “De wetenschap gaat sneller dan vasthouden aan ‘bewijs’ van vroeger. En jullie moeten studenten leren dat ze medeverantwoordelijk zijn voor dergelijke ontwikkelingen.”

De NVWA

Ik vraag Rob ook hoe hij omgaat met voedselveiligheid, want hij haalt zijn planten immers overal ter wereld vandaan. Hij staat meteen op, haalt 3 soorten cressen en stalt ze uit op de tafel voor ons. “Dit zijn 3 zuringsoorten”, legt hij uit. “2 ervan komen uit Europa en zijn beschreven als eetbaar. De 3e komt uit Zuid-Amerika en is bij ons niet bekend. Maar daar wordt de soort gewoon gegeten. Heb ik daar dan een speciale EFSA-verklaring voor nodig? (EFSA: European Food & Safety Authority) Volgens de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit) wel, maar ik vind dat belachelijk. Uiteindelijk lieten ze me weten dat ze het gebruik gedogen, maar gelijk gaven ze me niet. Dat zijn grenzen die ik graag opzoek. Want zeg nou zelf: we hebben allemaal onze mond vol van innovatie, maar ondertussen worden we steeds tegengehouden door alle regels.”

Er zijn 10.000 planten eetbaar in de wereld”,

vervolgt Rob. “Als je het aan de Nederlandse land- en tuinbouw overlaat, eten we nog geen 20 planten. Er ontstaat zo een monocultuur die niet goed is voor zowel mens als milieu. Een mens is een verzamelaar, die scharrelt en eet dus heel veel dingen. Ik verkoop zelf 65 verschillende planten die ik ook zelf kweek. Als ik een plantje van ver weg haal, dan vraag ik niks aan, ik wacht gewoon tot de NVWA bij mij komt. En ze komen hoor!”

Minder oxaalzuur dan rabarber

Lastig dus, die regels en de volgens Rob starre blik van voedingswetenschappers. Hij heeft 4 onderzoekers in dienst, maar een voedingswetenschapper zit daar niet bij. “Ik moet mezelf naar buiten toe altijd al verdedigen en ik heb geen zin om dat intern ook te moeten doen. Ik ben wel ondeugend, maar niet achterlijk. Ik ga natuurlijk niks introduceren dat gevaarlijk is en daar heb ik die onderzoekers voor. Ik zorg dat er per soort een dossier ligt met voldoende onderbouwing. In de zuring die hier op tafel staat, zit vrij veel oxaalzuur. Maar het is minder dan in rabarber. Daar moet de NVWA dan niet over gaan zeuren vind ik.”

Hou het allemaal nou eens simpel

Dat is het devies van Rob. “Vanuit mijn marketingstandpunt vertel ik graag het verhaal bij een plant, maar wel op een simpele manier. Moeilijke bewoordingen zijn niet aan mij besteed. Wetenschappers betichten mij er wel eens van dat wat ik zeg te kort door de bocht is, maar het is wel de essentie. Daar gaat het om. Aan moeilijke woorden heb ik niks en de consument al helemaal niet.

In deze en de vorige blog vertelde Rob over zijn businessmodel. Zelfs suikerbieten kan je duur verkopen. Of niet? Reageer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *